De Wieden
De Wieden is een moerasgebied dat in de zeventiende eeuw is ontstaan door vervening. Het bestaat uit trekgaten en plassen, rietvelden, hooilanden en moerasbos. De Wieden vormt samen met het aangrenzende Nationaal Park De Weerribben één van de belangrijkste laagveenmoerasgebieden van West-Europa.

Vervening
De Wieden is ontstaan door turfwinning. Toen de vraag naar turf steeg, werden de uitgebaggerde trekgaten steeds breder en de legakkers steeds smaller - soms zelfs zo smal, dat bij storm het land door de golven werd weggeslagen. Zo ontstonden de grote plassen in De Wieden. De resterende trekgaten groeien geleidelijk dicht.
Dit verlandingsproces kent verschillende stadia, waaronder zeldzame drijftillen en trilvenen. Dit zijn dunne drijvende vegetaties die met het water meebewegen. In trilveen groeien onder meer schorpioenmos en bijzondere zeggen- en orchideeënsoorten. Om de verschillende verlandingsstadia met bijbehorende dieren en planten te behouden, maakt Natuurmonumenten dichtgegroeide trekgaten open en worden nieuwe trekgaten gegraven. Deze gaten groeien vervolgens weer dicht.
Hier ontstaat na vijftig tot zestig jaar moerasbos, dat bestaat uit els, wilg en berk. Zo’n moerasbos is waardevol voor zangvogels als de wielewaal. In de zomer vissen grote groepen aalscholvers in het gebied. ’s Winters verblijven er veel eenden als grote zaagbek, kuif- en tafeleend. In de zomer broeden de purperreiger en snor in overjarig riet.

Riet en grasland
De riet- en hooilanden worden jaarlijks gemaaid, omdat ze anders in moerasbos veranderen. Door het maaisel af te voeren, blijft het hooiland schraal. Er groeien bijzondere planten als rietorchis en dotterbloem. Langs de slootkanten staat waterzuring, waar de grote vuurvlinder zijn eitjes op afzet. De rupsen eten van dezelfde plant en verpoppen er vervolgens ook. Natuurmonumenten let er bij het maaien van de hooilanden op dat deze plant, evenals de nectarplanten kattenstaart en koninginnenkruid, blijven staan.

De grote vuurvlinder komt alleen nog in de Kop van Overijssel voor en op enkele plaatsen in Friesland. Sommige stukken riet maait Natuurmonumenten eens per twee, drie jaar. Hier ontstaat overjarig, beschut riet waar grote karekiet en roerdomp hun nest in bouwen. De graslanden worden laat gemaaid, zodat weidevogels als grutto en watersnip hun jongen kunnen grootbrengen.